Dialoog met de innerlijke criticus

cat ferocious kitten

– Je gaat wát doen?!

– (Ik met piepstem:) Een boek schrijven. (stilte) Nou ja, ik dacht, dit blog was al een megastap en mensen lijken het best leuk te vinden. En ik heb altijd al een boek willen schrijven. Al sinds mijn achtste of zo…

– Wat een idioot idee! Een volkomen belachelijk idee zelfs. Dat snap je zelf toch ook wel?

Eh, nou. Ja, maar…

– Dat lukt je nooit. Dat blog wordt door een paar mensen gelezen. Vooral door vrienden en familie. Alléén door vrienden en familie. Die gaan natuurlijk niet tegen je zeggen dat het eigenlijk niks voorstelt. Hoezo heb jij de wereld nou iets te vertellen? Je denkt toch niet serieus dat mensen die je niet kennen je boek gaan lezen? Er zijn massa’s schrijvers die betere boeken schrijven dan jij ooit zult kunnen.

– Ja, maar ik heb laatst ook een verhaal ingestuurd voor een verhalenwedstrijd. Ik had het aan Martin laten lezen.

***

Zo kunnen de stemmen in mijn hoofd soms urenlang heel fijn in gesprek zijn. Een goede vriendin van me zei ooit dat ze weinig mensen kende die zo goed zijn in het zagen aan hun eigen stoelpoten. En daar dan soms nog een bijna satanisch genoegen in kunnen scheppen. Ik heb het hier eerder gehad over zelfcompassie. En een van de dingen, of ‘trucs’ zo je wilt, die daarbij helpen, is tegen jezelf praten alsof je het tegen een goede vriendin hebt. Dat schept afstand, wat ervoor zorgt dat je zaken beter kunt relativeren. En een vriendin maak je niet tot op het bot af.

Vanochtend las ik dat mijn verhaal niet door de jury is uitgekozen. Dat voorzag mijn innerlijke criticus natuurlijk weer even van munitie, maar ik zet het ultrakorte verhaal (dat aan een paar criteria diende te voldoen) hier toch op mijn blog.

En dat boek gaat er hopelijk wel (ooit) komen.

***

HET TERRAS

De ober wacht zwijgend af. Door de felle zon precies in de rug valt zijn oogopslag niet te duiden.

‘Jij nog eentje?’

‘Ja, doe maar,’ antwoordt ze.

‘Nog twee rosé graag.’

Het is pas vier uur, maar de dag kan alleen maar beter worden en in het kader van carpe diem – morgen zijn we misschien gesmolten – nemen we er allebei gewoon nog eentje. Genietend de pijp uitgaan, dat kan alleen de mens. Bovendien smaakt de rosé zalig zoet met een lichte pepertoets.

In de directe omgeving is de lucht zwanger van geroezemoes, glasgetinkel, bestekgerinkel en gelach. Het terras is voor driekwart vol en lijkt vooral te worden bevolkt door de witte wijn sippende elite. Veel witte broeken, Ralph Lauren-polo’s en bloemetjesjurken voor de vrouw op leeftijd. Geen kleine kinderen. Wel millennials die de buit al binnen hebben omdat ze op het juiste moment begonnen met een koffie-abo-start-up of een biobox van de lokale boer. En één man in zwarte kleding die een krant leest. Hij is de enige die alleen is.

‘Fijn dat dit weer kan, hè,’ probeert ze monter.

‘Yep.’

‘Hoe vond jij de film gisteravond nou eigenlijk?’

Frozen?’

‘Eh ja. Of heb je nog een andere gekeken toen ik al sliep?’

‘Doe niet zo flauw. Ik vond Marie-Louise wat hysterisch reageren op dat bekende liedje, maar verder wel aardig.’

‘Hij is ook bedoeld voor de doelgroep van M-Elletje, hè. Hoewel mijn vriendinnen dat liedje ook vaak citeren.’ Ciska ziet dat zijn mondspieren zich spannen… ‘Hou je mening over mijn vriendinnen maar even voor je alsjeblieft.’

‘Och, wat is dit toch fijn.’

Voor het middaguur lukt praten over ditjes en datjes nog wel. Maar naarmate het alcoholgehalte in hun bloed stijgt, wordt het uitkijken geblazen. Hoewel Jan met zijn buikje natuurlijk meer kan hebben. Sowieso meer kan hebben. Die in het zwart geklede man ziet er trouwens opmerkelijk strak uit, zonder dat ze hem meteen van een wasbordje verdenkt.

De ober doemt op met de rosé en zwaait met de menukaart. Of ze nog iets te eten willen bestellen. De gestoomde barbeel met een aftreksel van zee-egelcrème misschien? De dubbel-zongedroogde tomaten-muhammara valt ook aan te raden. Of het umami-palet assorti? Dat wordt vaak besteld. Vooral vanwege de bloedrode gefermenteerde kersencoulis.

‘Hebben jullie ook carpaccio?’ vraagt Jan.

‘Jij neemt altijd de carpaccio.’ Het is eruit voor ze er erg in heeft.

‘Ja, en?’

‘Nou, gewoon. Dat je altijd de carpaccio neemt.’

‘Ciska, dit begint nu echt wat vervelend te worden.’

‘Ja, dat vond ik al een tijdje.’

De ober is wijselijk weggelopen. Ze neemt snel een slok. De man in het zwart leest zijn krant. Een buitenlandse krant. Hmm, intrigerend.

Naast haar hoort ze Jan zuchten. ‘Je weet nog dat we het woordje “altijd” zouden vermijden? Esther Perel…’

‘Soms moet ik het bij jou wat duidelijker stellen.’

‘Omdat jij je zinnen vaak lardeert met subtekst ja.’

‘Maar ik bedoelde het niet zoals jij het nu opvat,’ zegt ze.

‘Zo klonk het anders wel. En bespaar me de Happinez-wijsheden over constructief ruziemaken. Ik probeer hier te genieten.’ Hij neemt een flinke slok.

‘Wat be…’

De man in het zwart legt zijn krant weg. Hij kijkt haar recht aan. Ze voelt een siddering over haar ruggengraat lopen. Hij pakt iets uit zijn tas. Een mooie leren tas. Goh. Stel je voor, denkt ze nog. En dan ziet ze wat hij pakt. Jan ziet haar ogen groot als spiegeleieren worden en kijkt recht tegen haar huig aan. Hij volgt haar blik en ziet de man, die iets onverstaanbaars roept. En dan volgt het geluid. Gekletter van grind. Of hagelstenen. Ciska wordt als eerste doorzeefd.

11 antwoorden op “Dialoog met de innerlijke criticus”

  1. Ik val dan in de categorie familie, maar spannend en grappig (Esther perel 🤣)! Jammer
    dat de jury het niet koos. Maar fijn dat wij het wel mogen lezen

  2. Niet geschoten is altijd mis. Als je geen boek zou schrijven, wat zou je dan gaan doen dat je voldoening geeft? In onze wereld is schrijven trouwens bijna altijd een teamsport: de ene schrijft, de rest geeft zo veel ongezouten kritiek als ze maar kan, de ene herschrijft, etc. Dit lijkt me veel efficiënter dan ‘t allemaal maar alleen doen, zoals gebruikelijk lijkt onder fictie-schrijvers. Dus, als ik jou was zou ik iemand opzoeken die bereidt is je bij herhaling ‘t zelfde soort keiharde kritiek te geven die een uitgever je (in zichzelf) zou geven. Op die manier heb je uiteindelijk een betere kans, zou ik denken. Sommige van onze meest succesvolle artikelen zijn trouwens eerst diverse malen afgewezen en sommige van de minst succesvolle direct geaccepteerd. Dit soort onrecht incasseren, dat hoort er ook bij. Success! Zet ‘m op! (Ik zou in ‘t Engels schrijven, de Nederlandse markt is veelste klein!)

    1. Zinnige vraag, Peter – van die voldoening.
      Een of twee goede meelezers moet wel lukken.
      En inderdaad hoort incasseren erbij, en niet weten waarom en of het aan jou ligt. Ik had alleen graag dit duwtje in de rug gehad om die tien minuten per dag niet vooral bezig te zijn met die innerlijke criticus de mond te snoeren.
      Je merkt al dat ik jou minder vaak mail, maar dat heb je aan je eigen eerdere prioriteiten-opmerking te danken. 😉
      Dank voor je reacties hier!

  3. Aandachtig door gelezen, en dat is heel wat voor mij. Dus alleen daarom al goed verhaal. Spannend. Al zag ik een taalfout, er ontbreekt een er..”het is eruit voor ze ..”qua innerlijke criticus..
    Ik zou je droom volgen! Geef niet op. Enne: wel jammer dat dit niet gewoon doorging..

    1. O, wat goed van dat foutje gezien! Dan was je bijzonder scherp – misschien stond jouw innerlijke criticus te strak afgesteld? En geloof het of niet, maar ik was eigenlijk van plan een stukje over perfectionisme (!) te schrijven. En dat ik dat dus niet ben, wat ik o.a. bij dit blog merk.

  4. Ik vind het een goed verhaal. Heerlijke beschrijving van dat stel, en dan die onverwachte twist aan het eind! Je had vast geduchte concurrentie bij die wedstrijd.

    1. Dank je wel dat je hier reageert, Josephine! En dat je dat zegt van die beschrijving.

      Ik heb met Martin gisteren besloten dat het aan mijn etnisch profileren ligt (die buitenlandse krant). 😉

  5. Ik heb net je laatste artikelen in een adem gelezen, met rode oortjes. Je schrijft geweldig goed, zorgvuldig geformuleerd, met visie en empathie, met inzicht en mededogen (behalve met jezelf).
    Deze ` Dialoog’ vind ik een hoogtepunt, met ` Het terras’ als kers op de taart. Wat fijn dat je het ons toch nog laat lezen, al staat het niet in `mijn’ krant. Steengoed verhaal! De irritatie tussen het tweetal is bijna beklemmend – de ober maakt zich terecht uit de voeten.
    Graag meer van dit soort verhalen, Annoesj!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

 

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.